Forenzen naar eigen huis en andere gekke thuiswerk-gewoontes

Auteur: Beatrijs Bovens

Ik zat achter mijn laptop en de muren kwamen op me af. Dat is me nu al een paar keer gebeurd, sinds de pandemie hier huis is gaan houden. Dan gaat er een stemmetje in mijn hoofd af dat zegt: “joe, ik weet niet wat voor grootse plannen jij hier had, maar ik moet weg.” Ik weet dan ook dat er toch niets meer uit mijn vingers gaat komen tot ik braaf geluisterd heb, dus dan gooi ik jas en schoenen aan en ben ik de deur uit. Tabee, thuiswerk, tot later.

Foto door Arthur Roetman

Je hoort het van meer kanten. Het is voor starters geen makkelijke tijd. In plaats van je draai vinden in het werkende leven op de werkvloer, met voorbeelden overal om je heen en de laagdrempelige mogelijkheid even bij collega’s aan te komen rollen voor vragen, ben je nu een belafspraak van iedereen verwijderd. Daar komt bij mij bovenop dat ik betaald krijg als freelancer terwijl ik het werk moet doen dat hoort bij het opzetten van een bedrijf. Wat voor werk is dat dan? Ja, goed, dat vogel ik dus ook gaandeweg uit. Het ‘waarom’ van Ikauros is me kraakhelder en daar sta ik met hart en ziel voor. Het ‘wat’ en ‘hoe’ is nog wat meer zoeken, en ik kan je vertellen, daar heb ik het lang niet even makkelijk mee.

Misschien gaat het makkelijker als je een ochtendmens bent, en je aan een negen-tot-vijf werkdag kan houden. Ik verzet mijn beste werk alleen eerder tussen een uur ‘s middags en negen uur ’s avonds—als ik er echt lekker in zit werk ik gerust helder tot een uur of elf. Zodra ik dus mijn eigen werkritme mag bepalen, geef ik mezelf het liefst een lekker rustige ochtend. Maar zonder stok achter de deur, zonder duidelijk takenpakket of harde deadlines, wordt zo’n ochtend al gauw wel érg rustig. Dan vloei ik traag en zonder duidelijke begrenzingen van mijn ontbijt (laat) naar toch nog even een extra kopje thee naar ‘oké nu moet ik écht wat gaan doen’, en tegen de tijd dat ik achter mijn laptop zit, heb ik mijn gedachten zoveel tijd gegeven om op te starten dat ze werkelijk overal zijn.

Persoonlijk geloof ik niet zo in luiheid, maar wel in dingen die het je moeilijk maken om het vlammetje van je motivatie gezonde voeding te geven waardoor het stabiel kan branden. Dan trekken bijvoorbeeld de algoritmes van de sociale media al gauw harder aan je aandacht dan het ontwerpen van een workshop die je pas in januari hoeft te geven. Die algoritmes (wat kennen ze me toch goed) voeren me weliswaar allerlei tips over het structureren van je werkdag en hoe je in deze tijd voor je mentale welzijn kunt zorgen, dus ik heb tienduizend oplossingen paraat voor al mijn problemen, maar het blijft onhandig als opstarten het euvel is. Je moet zo’n oplossing toch echt invoeren door ermee te beginnen, anders werkt het niet.

Toch heeft ook dat een oplossing. Willen. Je kunt een heel lijstje maken van moeten, moeten, moeten, maar niets werkt zo krachtig om je in de veren te krijgen dan iets doen wat je wilt doen. Dus hoewel ik snap dat het erg nuttig is om mijn eettafel op te ruimen zodat ik er rustig aan kan werken, is opruimen zelden iets wat ik wil doen (en als ik het een keer wel wil, is het vooral omdat ik iets anders echt niet wil doen). Ik doe het wel, oké. Tegenwoordig. Soms. Maar ik moest toch op zoek naar iets waarvan ik niet opeens een soort opstandig kind word tegen mijn eigen interne ouder.

Enter stage left: de kunstmatige reistijd. Aanvankelijk had ik dit idee nog half afgeschreven, want als ik me niet kan concentreren op werk, kan ik me ook niet concentreren op een boek, en als ik me dan wél kan concentreren is het gevaar weer dat ik veel te lang in dat boek blijf hangen. Ik ken mezelf. Maar nu dacht ik weer aan dit concept van kunstmatige reistijd terwijl ik op mijn ‘ik moet hier weg’ wandeling was, en dacht ik, oké, blijkbaar is dit iets wat ik wil. Bewegen, buiten geweest zijn op een dag, niet alleen de muren van mijn huis maar ook de lucht gezien hebben.

Dus nu, in plaats van te wachten tot het binnen zitten me zo hoog zit dat ik in een halve claustrofobische paniek de deur uit sprint, forens ik aan het begin van mijn werkdag van deur tot deur. Dan loop ik een rondje van twintig minuten door het Leidse singelpark, en denk ik aan mijn moeder, die expres een fiets-bus-fiets reis kiest in plaats van met de auto te gaan, gewoon om even bewogen te hebben. Of ik denk aan de zakenman in zijn zwarte Mercedes die bij het stoplicht even zijn stropdas wat losser trekt om mee te kunnen schreeuwen met de keiharde speed metal die door zijn dichte ramen te horen is. Of aan de droge accountant uit Great Expectations, die onderweg naar huis als het ware losschroeft uit zijn rol en voor de ogen van de hoofdpersoon omtovert tot een ontspannen, joviale man. (Geen hedendaagse uitvinding dus, de scheiding tussen werk en thuis.)

Foto door Arthur Roetman

De kunst wordt nu om mijn nieuwe gewoonte vol te houden, weer of geen weer (als het regent, moet je ook nog steeds naar je werk fietsen, niet?), en het te gebruiken om mijn werktijden in te kaderen. Het wordt bijna een soort spelletje. “Schat, ik moet gáán, anders kom ik te laat op werk!” en dan twintig minuten later hijgend terugkomen en mijn laptop openklappen. De kracht van zo’n ritueel zit hem erin dat je het altijd doet, niet alleen als het uitkomt.

Door zoiets elke dag te doen, geef je jezelf namelijk niet alleen de gelegenheid om in en uit de mindset van werk te komen, maar train je je brein ook om dat steeds sneller, makkelijker en beter te doen. De eerste paar keer moet je jezelf er steeds bewust aan helpen herinneren om je gedachten over werk aan en uit te zetten. Hoe vaker je dit doet, hoe meer het vanzelf gaat. Bepaalde bezienswaardigheden op je wandeling worden dan ook triggers voor bepaalde gedachten, zoals voor mij de vogelkooi in het singelpark waar ik eventjes vrolijk naar de vogels fluit en me indenk dat ik ze vertel hoe het gaat. Op de heenweg vertel ik ze (en dus vooral mezelf) hoe ik tegen mijn werkdag aankijk. Op de terugweg (hetzelfde rondje, maar dan andersom), hoe het gegaan is. “Lange dag gehad?” “Jazeker, meneer de kievit, maar wel goed productief.”

(Over en weer fluiten met vogels is overigens een hobby die ik iedereen aanraad. Als je de soorten weet te ontdekken die bereid zijn op je te antwoorden is het erg vermakelijk.)

Op die manier maak ik er een beetje een grap van, maar inchecken bij jezelf is nog zo’n goede gewoonte die je aan alle kanten aan wordt geraden. ‘Ja leuk, maar hoe doe je dat dan?’ ‘Ja, op een manier die bij jou past.’ ‘Wat betekent dat nou weer?!’ Ik zou zeggen, op een manier waarop jij het wil doen. Hoe je daar achter komt is een kwestie van ontdekken. Ik zou het ook niet verzonnen hebben, dat reflecteren via de vogels voor mij zou werken, en als er geen vogelkooi in het singelpark had gestaan, was het vast iets anders geworden. Ontdekken is in die zin niets anders dan een antenne uit hebben staan om het op te vangen als die interne wil zichzelf kenbaar maakt. Anders hoor je het pas als je tegen jezelf begint te schreeuwen.

Ik doe verder niet aan hapklaar advies dat voor iedereen zou moeten werken (à la “Als iedereen aan het begin van hun werkdag een rondje loopt, zijn alle mentale gezondheidsklachten rondom thuiswerken als sneeuw voor de zon verdwenen.”). Mijn vriend, bijvoorbeeld, heeft er absoluut geen moeite mee om hele dagen binnen te zitten. Ik kijk met verbazing toe hoe hij maandenlang zelden de buitenlucht ziet, en gewapend met Vitamine D-pillen (een aanrader voor de chronische binnenzitter) rustig verder werkt aan een filosofisch artikel om te publiceren. Dat werkt leuk voor hem, en dat werkt leuk voor een filosoof, maar dat werkt niet leuk voor mij, iemand die een vakgebied op heeft gezocht dat tot in het diepst van zijn aard mensenwerk is, niet alleen-zit-en-thuiswerk-werk.

Voor mij is het dus een rondje door het park, waar ik me even in contact met de wereld kan voelen. Ik forens van eigen deur tot eigen deur, en in mijn afwezigheid verandert mijn woonkamer naar kantoor en weer terug. Wat zijn jouw gekke thuiswerk-gewoontes? Wat fluistert jouw antenne je in op momenten dat je niet goed weet wat je met jezelf aan moet? Laat het ons en elkaar weten in een reactie via de Ikauros-LinkedIn of Instagram. Misschien hebben we nog leuke ideeën voor elkaar.

Foto door Arthur Roetman

Beatrijs Bovens is schrijver en basispsycholoog, met een specialisatie in schoolpsychologie. Ze combineert haar wetenschappelijke kennis en creatieve insteek in haar werk bij Ikauros.

Misschien vind je dit ook wel interessant...